De eenzame fietser

thuiswerken corona

Er was eens een man, hij heette Dylan.

Dylan woonde in een dorpje en ging iedere dag op zijn fiets naar het werk zo’n 17 kilometer verderop. Het was een lange route over een dijk en vaak stond er een stevig windje op de dijk. Soms had Dylan de wind in de rug, dan ging het lekker. Maar het leek wel of hij veel vaker de wind tegen had. Of kwam dat door de fiets. Het was een oude fiets, maar hij deed het nog prima, vond hij. Dat het af en toe wat zwaar fietsen was om op tijd te komen maakte hem niets uit. Hij stapte iedere ochtend op zijn fiets en kwam ’s avonds weer fris en vrolijk thuis.

Dylan had het soms druk, hij werkte hard, maar eenmaal op de fiets naar huis dan gleed de stress van hem af. Tegenwind of regen boeide hem niet. Het was juist lekker om even nat te worden, vooral op de terugweg. Dan was het helemaal niet erg.

Dylan moest thuis gaan werken

Maar toen kwam er een periode dat hij thuis moest werken. Hij hoefde de deur niet meer uit. Dat kwam omdat er een nieuwe ziekte in de wereld was ontstaan die heel besmettelijk was. De regering van het land vond dat iedereen zoveel mogelijk thuis moest werken om te voorkomen dat mensen elkaar gingen besmetten.

Thuiswerken, dat betekende natuurlijk tijdwinst, want het scheelde hem iedere dag twee uur fietsen. Waar hij vroeger om half acht op de fiets stapte, deed hij nu om kwart voor acht de computer aan en begon aan zijn werkdag.

En ook ’s avonds kon hij nog iets langer door voordat zijn lieve vrouw Marlies de aardappels of de pastaschotel op tafel zette.

Dylan werkte nog steeds hard, maar nu thuis

En ondanks dat hij minder reistijd had, leek het erop dat hij het zwaarder had dan ooit.

Waar hij vroeger met een uitgewaaid hoofd aan tafel verscheen leek hij nu het werk maar moeilijk los te kunnen laten. Tijdens het eten was hij steeds minder spraakzaam.

Marlies merkte het en ze vroeg aan hem of het wel goed ging met Dylan. Hij was de laatste tijd fysiek steeds aanwezig, maar het leek alsof hij mentaal juist meer afwezig was. Dylan wuifde het weg. “Het is nu gewoon even druk, ik moet straks ook nog even iets afmaken, maar binnenkort gaat het wel beter denk ik.”

Dylan werkte en werkte, maar miste zijn collega’s. De roddels bij de koffiemachine, de grappen in de pauze, een bemoedigende klap op de schouder als iemand iets goeds had gepresteerd. Of gewoon even gezelligheid of vakantieverhalen uitwisselen voordat een vergadering begon.

Het werd er thuis eigenlijk niet gezelliger op.

Marlies vond op enig moment toch dat Dylan iets moest doen waardoor hij weer wat ‘meer aanwezig’ zou zijn. Dylan vond dit vervelend om te horen. Hij werkte juist zo hard en kreeg nu alleen maar commentaar door zijn vrouw. Er ontstond een ruzie en omdat Dylan niet zo goed tegen ruzie kon stond hij op, klapte de achterdeur dicht en ging naar zijn schuur. Dat was zijn domein. De schuur van een man; met het gereedschap en al die dingen die handig zijn om te bewaren. Hij deed het licht aan en zag een muis wegschieten. Dylan was al wekenlang niet meer in zijn schuur geweest. In de hoek van de schuur stond zijn fiets. Het was een oude fiets, maar hij deed het nog prima.

Maar toen hij nog eens goed keek, zag hij dat zijn achterband leeg was gelopen. Dylan wist dat dit soms gebeurde. Juist als een fiets niet wordt gebruikt dan komt er minder druk op het ventiel waardoor hij juist heel langzaam leeg kan lopen.

Hij pakte de fietspomp om de band op te pompen en met de fietspomp in de hand kreeg Dylan ineens tranen in zijn ogen. Mijn god, wat hij had hij dat gemist. Ineens realiseerde hij hoe lekker het was om je hoofd leeg te fietsen. En hij miste nog veel meer, hoe zou het met Marcel zijn en met Karin? Al die fijne collega’s. Hij zag ze alleen nog maar online en dan ging het eigenlijk altijd gewoon over het werk.

Stille tranen

Dylan ging zitten op de oude stoel die van zijn vader was geweest. Hij had de stoel bewaard nadat zijn beide ouders verhuisd waren naar een verzorgingsflat. Jaren geleden. De afgelopen vijf jaar waren beide ouders gestorven. De tijd vliegt voorbij, realiseerde hij zich…

Anderhalf uur later deed Marlies voorzichtig de deur van de schuur open. Er schoot een muis weg. Het was stil. Dylan zat in de oude stoel van zijn vader. Naast hem op de grond lag de fietspomp. Dylan was in slaap gevallen. Dylan was moe. Doodmoe. En niemand van zijn collega’s had het gemerkt…

Deze vind je misschien ook interessant:

Deel dit artikel:

Share on email
Email
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
Share on email
Share on linkedin
Share on twitter
Share on facebook

Ook interessant:

Nieuw!

Meer van dit soort artikelen ontvangen?

Schrijf je in voor de P&A Booster!

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Meer inspiratie ontvangen?

Schrijf je in voor de P&A Booster!

We respecteren je privacy en gaan zorgvuldig met je gegevens om.